Flora

Een gunstig scenario, waarbij de Kwebben een nat gebied blijft en kwelwater de bovengrond blijft bereiken bevoordeelt gemeenschappen uit de Klasse der kleine zeggen (Parvocaricetea) op de natte schrale terreindelen, en op de drogere delen met schrale ondergrond het Blauwgrasland (associatie Cirsio dissecti-Molinietum), mits de beheersvorm consequent maaien en afvoeren blijft.
Deze gemeenschappen kunnen zich alleen handhaven indien de zwakbufferende werking van de ondergrond in stand blijft door een constante aanvoer van basische, bufferende stoffen door het kwelwater. Wegvallen van deze buffercapaciteit en daarmee een toename van de verzurende invloed van het regenwater bevoordeeld op onderhavige terreindelen de rompgemeenschappen verwant aan het Nardetea.

De genoemde gemeenschappen hebben uit het punt van natuurbehoud de hoogste prioriteit en bevatten tal van bijzondere en zeldzame soorten. Spaanse ruiter en Blauwe knoop uit het Cirsio dissecti-Molinietum en Waterdrieblad, Moeraskartelblad en Zwarte zegge uit het parvocaricetea.
Indien het maaibeheer gestaakt wordt zal er een ontwikkeling plaats vinden in de richting van soortenarmere gemeenschappen van wilgenstruweel (klasse Frangulatea) en elzenbroekbos.

U kunt de volgende artikelen erop naslaan;
- De Kwebben Vegetatiekartering
- Mossoorten 2001
- Plantinventarisatie 2002
- Vegetatieonderzoek 2001-2003
- Eindconclusie 2001-2005